Tabelpagina Extramurale farmacie

Om terug te gaan naar de tabelpagina met de zorgkosten en aantallen voor de Extramurale farmacie, klik hier.

Bekostiging van de extramurale farmacie

Deze bekostiging is gereguleerd via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) waarin is vastgelegd welke middelen vergoed worden en wat de maximumprijs mag zijn. Binnen deze rubriek worden alleen de zorgkosten voor geneesmiddelen verantwoord die door apothekers extramuraal zijn verstrekt. Intramuraal verstrekte medicatie valt onder het hoofdstuk Medisch specialistische zorg, waarbij alleen de dure geneesmiddelen terug te vinden zijn op Zorgcijfersdatabank. Klik daarvoor hier.

Eigen risico is van toepassing op deze categorie. Daarnaast moet in sommige gevallen en eigen bijdrage betaald worden, als de prijs van de medicatie boven het vastgestelde maximum uitkomt. In 2021 is de bijbetaling gemaximeerd tot 250 euro per jaar per persoon. Alleen vergoedingen vanuit de Zvw worden hier behandeld, exclusief eigen bijdrages. Verzekeraars zijn niet volledig risicodragend voor deze categorie, er vond in de jaren 2017 - 2021 beperkte nacalculatie plaats via de risicoverevening op een aantal dure geneesmiddelen. 

Met betrekking tot de coronapandemie en de extra kosten geldt dat de extra direct patiëntgebonden kosten worden verantwoord via reguliere prestaties. Ze zijn voor de extramurale farmaceutische zorg daarom niet terug te herkennen in de tabellen van deze rapportage op Zorgcijfersdatabank. De indirecte coronakosten worden apart verantwoord en zijn wel terug te zien.

Uitgebreide detailinformatie betreffende de extramurale farmaceutische zorg is ook terug te vinden via de website van de GIP databank van het Zorginstituut Nederland (www.gipdatabank.nl).

Tarieven

De feitelijke vergoeding van een geneesmiddel komt tot stand op basis van afspraken tussen zorgverzekeraars en apotheken en worden gereguleerd via het GVS. Bovenop de prijs voor het geneesmiddel wordt daarnaast nog een uitgiftetarief van de apotheek in rekening gebracht. Ook het uitgiftetarief komt tot stand op basis van onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en apotheken.

In de praktijk blijkt, dat apothekers die een overeenkomst met uw zorgverzekeraar hebben gesloten lagere tarieven hanteren dan wanneer er geen overeenkomst is. Dat geldt zowel voor de prijs van het geneesmiddel als voor het uitgiftetarief.

Voor een overzicht van de gemiddelde vergoedingen per geneesmiddel kunt u tercht op Medicijnkosten.nl.

Beleidswijzigingen in de periode 2017-2022

Hieronder worden de belangrijkste beleidsveranderingen in de periode 2017-2022 beschreven. 

2017

  • Publicatie Horizonscan nieuwe geneesmiddelen
    In september 2017 heeft het Zorginstituut de eerste Horizonscan gepubliceerd; deze zal periodiek worden geactualiseerd en de beschikbare informatie zal verder worden uitgebreid. De Horizonscan biedt een integraal, openbaar en objectief overzicht van geneesmiddelen die op de markt verwacht worden. Met deze Horizonscan wil het Zorginstituut de informatiepositie van betrokkenen (behandelaren, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en ook de overheid) versterken zodat ze vroegtijdig op de hoogte zijn van markttoetreding van dure en innovatieve geneesmiddelen en kunnen inspelen op de mogelijke gevolgen hiervan. 

2019

  • BTW verhoging van 6 naar 9%
    Medicijnen worden per 1 januari 2019 duurder. Het kabinet Rutte-III verhoogt namelijk het lage btw-tarief van 6 naar 9 procent. De maatregel is onderdeel van het belastingplan.
  • Paracetamol 1000 mg, vitaminen en mineralen uit het basispakket
    Sinds 1 januari 2019 worden paracetamol 1000 mg, vitamine D, calcium, foliumzuur, vitamine A en kalium niet langer vergoed uit het basispakket. De vergoeding van deze middelen stopt voor iedereen. Het geldt dus ook voor mensen die een chronische aandoening hebben en/of deze medicijnen gebruiken op voorschrift of advies van de arts.
  • Eigen bijdrage medicijnen maximaal € 250
    Sinds 1 januari 2019 betaalt u voor medicijnen maximaal € 250 eigen bijdrage per jaar. Voor geneesmiddelen die binnen het GVS als onderling vervangbaar worden beoordeeld (bijlage 1A) geldt een maximum vergoedingslimiet. Voor de meeste geneesmiddelen ligt de prijs van deze geneesmiddelen onder de vergoedingslimiet, zodat deze middelen volledig door de zorgverzekeraar worden vergoed. Voor een beperkt aantal middelen is dit niet het geval en is er sprake van een bijbetaling door de verzekerde.
  • Implementatie van FMD-richtlijn (voorkomen van geneesmiddelen vervalsing)
    Op 9 februari 2019  treedt de Europese Richtlijn vervalste medicijnen (MKZ) (2011/62 / EU) in werking. Deze richtlijn helpt fabrikanten, groothandelaren en logistieke dienstverleners in de farmaceutische industrie om vervalste geneesmiddelen te bestrijden en zo de veiligheid van de patiënt te verbeteren.

2020

  • Herijking WGP met nieuw referentieland
    Per 1 oktober 2020  is er een herijking van de WGP-maximumprijzen geweest. De herijking zou eerst 1 april ingevoerd worden maar werd uitgesteld. Deze herijking is de eerste keer dat alle maximumprijzen worden vastgesteld op basis van een nieuw referentieland (namelijk Noorwegen in plaats van Duitsland).

    Bij het uitstellen van de herijking in oktober zijn een aantal eenmalige maatregelen genomen.
    • Als eerste maatregel zijn vooraf de prijsdalingen gemaximeerd op 10 procent. Dat betekent dat de maximumprijzen die vanaf 1 oktober 2020 gelden, maximaal 10 procent lager liggen dan de maximumprijzen zoals die op dit moment gelden.
    • De tweede maatregel is voor sommige producten met een relatief lage omzet (lager dan 1 miljoen per jaar) in Nederland. De prijsdaling van minder dan 10 procent kan een reden zijn om het product niet langer in Nederland aan te bieden. Dan kan er op een beroep worden gedaan op een voorziening. In dat geval wordt de daling van de WGP-maximumprijs per 1 oktober 2020 eenmalig niet doorgevoerd, maar blijft de huidige, hogere, WGP-maximumprijs gelden.
  • Tijdelijke maatregel geneesmiddelen met lage prijs / omzet
    Om de beschikbaarheid van geneesmiddelen te bevorderen worden in het kader van de corona-uitbraak tijdelijk de wettelijke maximumprijzen los gelaten voor alle geneesmiddelen die in Nederland bijvoorbeeld relatief lage prijzen, of een lage omzet hebben. Deze maatregel staat los van de herziening van de Wet Geneesmiddelenprijzen.
  • Regeling Continuïteitsbijdrage en meerkostenregeling Covid-19
    Zorgverzekeraars hebben vanwege de terugval in de vraag naar zorg de Regeling Continuïteitsbijdrage in het leven geroepen. Met die regeling willen zij zorgverleners compenseren voor verlies van omzet vanwege de coronacrisis. Zorgverzekeraars komen met een meerkostenregeling tegemoet in de extra kosten die zijn gemaakt door COVID-19, bijvoorbeeld extra beschermingsmiddelen.

2021

Vergoeding van geneesmiddelen Gaucher naar medisch specialistische hulp
Per 1 januari 2021 worden geneesmiddelen voor Gaucher (stofwisselingsziekte) en totale parenterale voeding (TPV) alleen nog vergoed als onderdeel van de verstrekking medisch specialistische zorg. De ziekte van Gaucher is een zeldzame erfelijke stofwisselingsziekte. Tot 2021 werden voor de behandeling van de ziekte van Gaucher geneesmiddelen toegepast die zowel als farmaceutische zorg te verkrijgen waren (extramuraal), als middelen die in het kader van geneeskundige zorg verstrekt werden (intramuraal). De middelen die het betreft zijn imiglucerase, velaglucerase alfa en eliglustat. Per 1 januari 2021 worden deze geneesmiddelen voor de ziekte van Gaucher alleen nog vergoed vanuit de geneeskundige, intramurale zorg.

Tabel 1: Aantal gebruikers en vergoeding (in miljoenen euro's) van de middelen imiglucase, velaglucerase alfa en eliglustat.

  2017 2018 2019 2020 2021a
Imiglucase (A16AB02)          

     Aantal gebruikers

49 51 51 52  

     Vergoedingb

€7,0

€6,9

€7,7

€7,4  
Velaglucerase alfa (A16AB10)          

     Aantal gebruikers

18 16 15 15  

     Vergoedingb

€3,1

€2,6

€2,7

€2,6  
Eliglustat (A16AX10)          

     Aantal gebruikers

7 13 11 11  

     Vergoedingb

€0,7

€2,5

€2,2

€2,2  

a) nog niet uitgedeclareerd
b) exclusief BTW en tariefinkomsten apothekers

2022

  • Vergoeding van epoëtines en G-CSF middelen naar medisch specialistische hulp
    Per 1 januari 2022 worden epoëtines en G-CSF middelen alleen nog vergoed als onderdeel van de verstrekking medisch specialistische zorg. Epoëtines worden ook wel groeifactoren voor rode bloedcellen genoemd. De G-CSF middelen worden ook wel omschreven als groeifactoren voor witte bloedcellen.

Methodiek Verdiepende analyses zorglasten Zvw 2017-2021

Voor het rapport Verdiepende analyses zorglasten Zvw 2017-2021, welke in 2022 is verschenen, wordt gebruik van gemaakt van declaratiegegevens die verstrekt zijn door de zorgverzekeraars aan het Zorginstituut via Vektis. Ten behoeve van de wettelijke taken worden deze gepseudonimiseerde declaraties gebruikt voor onder meer desbetreffend rapport.

In het tabellenoverzicht zijn de kosten voor de Zvw van 2017 tot en met 2021 te bekijken. Het verschil met deze kosten ten opzichte van de reguliere meerjarentabellen is dat de definitie hoe de kosten verantwoord worden voor elk jaar gelijk zijn aan 2022. Hierdoor wordt gecorrigeerd voor administratieve verschuivingen over de jaren en is het makkelijker om een getrouw beeld te krijgen van de ontwikkelingen vanaf 2017. Op dit moment zijn alle kosten zijn gebaseerd op de ramingen van de zorgverzekeraars uit de vierde kwartaalrapportage van 2021.

Omdat de kosten nog niet uitgedeclareerd zijn, zijn de laatste jaren nog aan verandering onder hevig. Tevens is 2021 (en in sommige gevallen 2020) nog leeg gelaten op de diepere niveaus, omdat er te weinig declaraties zijn.

Voor een uitgebreide beschrijving van de toegepaste methodiek, klik hier.