Achtergrond

Bij een beroerte krijgen de hersenen gedurende een bepaalde tijd minder zuurstof. Dit kan ontstaan door een bloedpropje in de hersenen die een bloedvat afsluit (herseninfarct) of doordat een bloedvat kapot gaat (hersenbloeding). De meeste mensen met een beroerte zullen bij de medisch specialist terecht komen. In de NHG-standaard1 wordt dit ook aanbevolen. In de meeste gevallen wordt de patiënt na opname nog eenmaal gezien ter controle. Dit geldt niet voor patiënten met een subarachnoïdale bloeding. Deze worden (door de neurochirurg) meerdere malen op controle gezien. De medicatie die de patiënten krijgen is niet specifiek voor deze groep en kan dus niet meegenomen worden.

Gebruikte zorgstandaarden/richtlijnen of andere informatie over de behandeling

- NHG-standaard beroerte¹

- NHG-standaard Cardiovasculaire Risicomanagement²

- Richtlijn herseninfarct/-bloeding van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN)³

Bepaling

DBC medisch specialistische zorg⁴

Code Specialisme

Diagnosecode

Omschrijving

327

313

CVA

335

263

CVA/TIA

8418

101

CVA

313

121

Cerebrovasculair accident /TIA

316

3501

Cerebraal infarct

316

3508

Intracraniële bloeding

330

1101

Subarachnoïdale bloeding

330

1102

Intracerebrale bloeding

330

1111

Onbloedige beroerte

330

1112

TIA (inclusief amaurosis fugax)

330

1121

Resttoestand (verworven hersenletsel)⁵

330

1199

Overige cerebrovasculaire aandoeningen

308

1220

Desobstructie extra-/intracraniële arteriën

308

1230

Intracerebraal hematoom, supratentoriëel, niet traumatisch: evacuatie d.m.v. craniotomie

308

1235

Intracerebraal hematoom, infratentoriëel, niet traumatisch: evacuatie d.m.v. craniotomie

308

1240

Decompressie herseninfarct d.m.v. craniotomie en eventuele duraverwijdingsplastiek

Add-on geneesmiddelen medisch specialistische zorg

Tot en met 2016 werden de add-on geneesmiddelen gedeclareerd door middel van een declaratiecode. Vanaf 2017 wordt dit gedeclareerd op artikelcode (KNMP-code). Vanaf 2018 zijn daarbij ook indicaties beschikbaar. Dit betekent dat we t/m 2016 gebruik maken van de declaratiecode, in 2017 van de KNMP-code en vanaf 2018 van de indicaties.

Indicaties

Indicatie ID

Korte omschrijving

000000079

Spasticiteit arm na CVA bij patiënten >= 12 jaar

000000089

Focale spasticiteit pols en hand na beroerte bij volwassenen

000000090

Focale spasticiteit van de enkel en de voet na beroerte bij volwassenen

000001565

Spasticiteit, arm (Volw.) (CVA)

Extramurale geneesmiddelen

ATC-code

Omschrijving/stofnaam

M03BX06

Mefenesine

M03BX04

Tolperison

Fysiotherapie

Declaratiecode

Omschrijving

10002

Revalidatie na beroerte

Ergotherapie

Diagnosecode

Omschrijving

00000901

Cerebrovasculaire ziekten (H09 icd-10: i60-i69)

Complete patiëntengroep?

10,1 per 1000 verzekerden werd m.b.v. ZPD-gegevens geïdentificeerd: 95,3% o.b.v. medisch specialistische zorg, 2,1% o.b.v. farmaceutische zorg, 1,0% op basis van add-on geneesmiddelen en 5,8% o.b.v. ergotherapie*. De prevalentie op basis van huisartsenregistratie is een stuk hoger: 32,2 per 1000 ingeschreven patiënten. Dit komt waarschijnlijk doordat de prevalentie in de huisartsenpraktijk gebaseerd is op meerdere jaren.

Sommige patiënten die een beroerte doormaken zullen in een verpleeghuis verblijven en krijgen thuiszorg. Met name deze patiënten die nazorg krijgen buiten de medische specialist om (DBC resttoestand) zijn niet inzichtelijk.

* De prevalentiecijfers worden per jaar berekend op basis van het voorkomen van bovengenoemde declaratiecodes in het de declaratiebestanden van het desbetreffende jaar. In het geval er declaratieregels voor specifieke verzekeraars, zorginstellingen of groepen verzekerden niet of onvolledig zijn aangeleverd worden deze declaratieregels geëxcludeerd bij het berekenen van de prevalentiecijfers.

Voetnoten

  1. Dolmans LS, Hegeman, LF, Tjon-A-Tsien MRS, Van den Donk M, Van Noortwijk-Bonga HGC, Verburg-Oorthuizen AFE, Wiersma Tj. NHG-Standaard Beroerte (M103). Versie 3.1, december 2024

  2. NHG-Standaard Cardiovasculair Risicomanagement (versie 4.1, september 2024)

  3. Nederlandse Vereniging voor Neurologie. Richtlijn herseninfarct en hersenbloeding. Nederlandse Vereniging voor Neurologie:Utrecht; 2019.

  4. De code 330-1103 – intracraniële bloeding (sub-/ epiduraal) wordt niet meegenomen onder beroerte. Dit valt volgens officieel niet onder beroerte en betreft vaak ook een andere patiëntengroep: trauma en jongeren. Bron: Clarke C, Howard R, Rossor M, Shorvon S. Neuroly: A Queen Square Textbook (2nd edition). Wiley-Blackwell: New Jersey (US); 2016.

    Er is een derde editie van maart 2024: Neurology: A Queen Square Textbook, 3rd Edition | Wiley

  5. Deze diagnose staat onder het kopje ‘CerebroVasculaireAandoeningen’ in de typeringslijst van de neurologie en is daarom meegenomen onder beroerte. Typeringslijst per specialisme (Bijlage 2 bij NR/REG-1732) - Nederlandse Zorgautoriteit