Bepaling Beroerte
Versie 2025 – data t/m 2024
- Achtergrond
- Gebruikte zorgstandaarden/richtlijnen of andere informatie over de behandeling
- Bepaling
- Complete patiëntengroep?
- Voetnoten
Achtergrond
Bij een beroerte krijgen de hersenen gedurende een bepaalde tijd minder zuurstof. Dit kan ontstaan door een bloedpropje in de hersenen die een bloedvat afsluit (herseninfarct) of doordat een bloedvat kapot gaat (hersenbloeding). De meeste mensen met een beroerte zullen bij de medisch specialist terecht komen. In de NHG-standaard1 wordt dit ook aanbevolen. In de meeste gevallen wordt de patiënt na opname nog eenmaal gezien ter controle. Dit geldt niet voor patiënten met een subarachnoïdale bloeding. Deze worden (door de neurochirurg) meerdere malen op controle gezien. De medicatie die de patiënten krijgen is niet specifiek voor deze groep en kan dus niet meegenomen worden.
Gebruikte zorgstandaarden/richtlijnen of andere informatie over de behandeling
- NHG-standaard beroerte¹
- NHG-standaard Cardiovasculaire Risicomanagement²
- Richtlijn herseninfarct/-bloeding van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN)³
Bepaling
DBC medisch specialistische zorg⁴
Code Specialisme | Diagnosecode | Omschrijving |
327 | 313 | CVA |
335 | 263 | CVA/TIA |
8418 | 101 | CVA |
313 | 121 | Cerebrovasculair accident /TIA |
316 | 3501 | Cerebraal infarct |
316 | 3508 | Intracraniële bloeding |
330 | 1101 | Subarachnoïdale bloeding |
330 | 1102 | Intracerebrale bloeding |
330 | 1111 | Onbloedige beroerte |
330 | 1112 | TIA (inclusief amaurosis fugax) |
330 | 1121 | Resttoestand (verworven hersenletsel)⁵ |
330 | 1199 | Overige cerebrovasculaire aandoeningen |
308 | 1220 | Desobstructie extra-/intracraniële arteriën |
308 | 1230 | Intracerebraal hematoom, supratentoriëel, niet traumatisch: evacuatie d.m.v. craniotomie |
308 | 1235 | Intracerebraal hematoom, infratentoriëel, niet traumatisch: evacuatie d.m.v. craniotomie |
308 | 1240 | Decompressie herseninfarct d.m.v. craniotomie en eventuele duraverwijdingsplastiek |
Add-on geneesmiddelen medisch specialistische zorg
Tot en met 2016 werden de add-on geneesmiddelen gedeclareerd door middel van een declaratiecode. Vanaf 2017 wordt dit gedeclareerd op artikelcode (KNMP-code). Vanaf 2018 zijn daarbij ook indicaties beschikbaar. Dit betekent dat we t/m 2016 gebruik maken van de declaratiecode, in 2017 van de KNMP-code en vanaf 2018 van de indicaties.
Indicaties
Indicatie ID | Korte omschrijving |
000000079 | Spasticiteit arm na CVA bij patiënten >= 12 jaar |
000000089 | Focale spasticiteit pols en hand na beroerte bij volwassenen |
000000090 | Focale spasticiteit van de enkel en de voet na beroerte bij volwassenen |
000001565 | Spasticiteit, arm (Volw.) (CVA) |
Extramurale geneesmiddelen
ATC-code | Omschrijving/stofnaam |
M03BX06 | Mefenesine |
M03BX04 | Tolperison |
Fysiotherapie
Declaratiecode | Omschrijving |
10002 | Revalidatie na beroerte |
Ergotherapie
Diagnosecode | Omschrijving |
00000901 | Cerebrovasculaire ziekten (H09 icd-10: i60-i69) |
Complete patiëntengroep?
10,1 per 1000 verzekerden werd m.b.v. ZPD-gegevens geïdentificeerd: 95,3% o.b.v. medisch specialistische zorg, 2,1% o.b.v. farmaceutische zorg, 1,0% op basis van add-on geneesmiddelen en 5,8% o.b.v. ergotherapie*. De prevalentie op basis van huisartsenregistratie is een stuk hoger: 32,2 per 1000 ingeschreven patiënten. Dit komt waarschijnlijk doordat de prevalentie in de huisartsenpraktijk gebaseerd is op meerdere jaren.
Sommige patiënten die een beroerte doormaken zullen in een verpleeghuis verblijven en krijgen thuiszorg. Met name deze patiënten die nazorg krijgen buiten de medische specialist om (DBC resttoestand) zijn niet inzichtelijk.
* De prevalentiecijfers worden per jaar berekend op basis van het voorkomen van bovengenoemde declaratiecodes in het de declaratiebestanden van het desbetreffende jaar. In het geval er declaratieregels voor specifieke verzekeraars, zorginstellingen of groepen verzekerden niet of onvolledig zijn aangeleverd worden deze declaratieregels geëxcludeerd bij het berekenen van de prevalentiecijfers.
Voetnoten
Dolmans LS, Hegeman, LF, Tjon-A-Tsien MRS, Van den Donk M, Van Noortwijk-Bonga HGC, Verburg-Oorthuizen AFE, Wiersma Tj. NHG-Standaard Beroerte (M103). Versie 3.1, december 2024
NHG-Standaard Cardiovasculair Risicomanagement (versie 4.1, september 2024)
Nederlandse Vereniging voor Neurologie. Richtlijn herseninfarct en hersenbloeding. Nederlandse Vereniging voor Neurologie:Utrecht; 2019.
De code 330-1103 – intracraniële bloeding (sub-/ epiduraal) wordt niet meegenomen onder beroerte. Dit valt volgens officieel niet onder beroerte en betreft vaak ook een andere patiëntengroep: trauma en jongeren. Bron: Clarke C, Howard R, Rossor M, Shorvon S. Neuroly: A Queen Square Textbook (2nd edition). Wiley-Blackwell: New Jersey (US); 2016.
Er is een derde editie van maart 2024: Neurology: A Queen Square Textbook, 3rd Edition | Wiley
Deze diagnose staat onder het kopje ‘CerebroVasculaireAandoeningen’ in de typeringslijst van de neurologie en is daarom meegenomen onder beroerte. Typeringslijst per specialisme (Bijlage 2 bij NR/REG-1732) - Nederlandse Zorgautoriteit