Bepaling Coronaire hartziekten: Angina pectoris
Versie 2025 – data t/m 2024
- Achtergrond
- Gebruikte zorgstandaarden/richtlijnen of andere informatie over de behandeling
- Bepaling
- Complete patiëntengroep?
- Voetnoten
Achtergrond
Bij de coronaire hartziekten wordt onderscheid gemaakt tussen acuut coronair syndroom en angina pectoris (AP; stabiele). Bij angina pectoris zijn er (pijn)klachten op de borst, die vermoedelijk worden veroorzaakt door voorbijgaande ischemie van het myocard. De AP wordt stabiel genoemd indien het klachtenpatroon gedurende langere tijd bij herhaling optreedt bij dezelfde mate van inspanning of bezigheid. Angina pectoris wordt meestal veroorzaakt door belangrijk obstructief coronairlijden op basis van atherosclerose.¹
Een patiënt kan slechts in een van de categorieën van coronaire hartziekten vallen, waarbij het acuut coronair syndroom de angina pectoris overruled. Veel patiënten met een acuut coronair syndroom zullen echter ook angina pectoris hebben, waardoor het aantal patiënten met angina pectoris an sich wordt onderschat door deze uitsplitsing. De medicatie bij stabiele angina pectoris is niet specifiek. Alleen nitraten worden over het algemeen voorgeschreven bij angina pectoris, maar in sommige gevallen ook voor hartfalen.
Het inspannings-ecg wordt niet meer aanbevolen voor de diagnostiek van SAP. Het medicamenteuze beleid is aangepast. Voor de onderhoudsbehandeling van SAP is de eerste keus een bètablokker of een dihydropyridine-calciumantagonist.
Gebruikte zorgstandaarden/richtlijnen of andere informatie over de behandeling
Farmaceutische kostengroepen risicoverevening
NHG-standaard Cardiovasculair risicomanagemen²
NHG-standaard stabiele angina pectoris
NVVC Leidraad pijn op de borst zonder obstructief coronairlijden³
Bepaling
DBC medisch specialistische zorg
Code Specialisme | Diagnosecode | Omschrijving |
320 | 202 | Angina pectoris, stabiel |
Extramurale geneesmiddelen
Angina Pectoris wordt bepaald door het gebruik van nitraten.
ATC-code | Omschrijving/Stofnaam |
C01DA02 | Nitroglycerine |
C01DA14 | Isosorbinemononitraat |
C01DX16 | Nicorandil |
C01DA08 | Isosorbidedinitraat⁴ |
Complete patiëntengroep?
Patiënten met angina pectoris wordt geadviseerd om of een bètablokker, langwerkende nitraten of calciumantagonist te gebruiken als onderhoudsmedicatie. De indicatie voor bèta-blokkers en calciumantagonist is echter veel breder. Deze worden niet meegenomen. Met deze bepaling worden 16,1 per 1000 verzekerden met angina pectoris geïdentificeerd*. Het grootste deel van de patiënten wordt geïdentificeerd door de medicatie (86,4%), daarnaast wordt 29,3% geïdentificeerd op basis van medisch specialistische zorg.
De prevalentie van angina pectoris gebaseerd op huisartsenregistratie was 23,3 per 1000, inclusief acuut myocard syndroom is dit 38,3. Op basis van ZPD-gegevens wordt 32 per 1000 verzekerden geïdentificeerd. Te verwachten is dat dit met name zit in de onderschatting van stabiele angina pectoris.
* De prevalentiecijfers worden per jaar berekend op basis van het voorkomen van bovengenoemde declaratiecodes in het de declaratiebestanden van het desbetreffende jaar. In het geval er declaratieregels voor specifieke verzekeraars, zorginstellingen of groepen verzekerden niet of onvolledig zijn aangeleverd worden deze declaratieregels geëxcludeerd bij het berekenen van de prevalentiecijfers.
Voetnoten
Bouma M, De Grooth GJ, De Vries H, Loogman MCM, Rutten FH, Van Casteren BCAM, Van den Donk M. NHG-Standaard Stabiele angina pectoris (M43). Versie 4.0, december 2019.
NHG-Standaard Cardiovasculair Risicomanagement (versie 4.1, september 2024)
Werkgroep Gender. Nederlandse Vereniging voor Cardiologie (NVVC) Leidraad ‘Pijn op de borst zonder obstructief coronairlijden’. 1 juni 2020
Niet meenemen als er ook hydralazine (C02DB02) is gedeclareerd