Bepaling Diabetes mellitus type 1
Versie 2025 – data t/m 2024
- Achtergrond
- Gebruikte zorgstandaarden/richtlijnen of andere informatie over de behandeling
- Bepaling
- Complete patiëntengroep?
- Voetnoten
Achtergrond
Diabetes mellitus type 1 is een ziekte waarbij de alvleesklier het hormoon insuline niet meer aanmaakt. Insuline verlaagt de bloedglucose spiegel en zorg dat bloedglucose kan worden opgenomen door het lichaam. Patiënten met diabetes mellitus type I moeten daarom insuline spuiten, zodat hun bloedglucosespiegel stabiel blijft. Diabetes mellitus type 1 kan op alle leeftijden voorkomen. Het toevoegen van metformine (ATC-code A10BA02) wordt afgeraden in de richtlijn.
De diagnoses bij de medisch specialistische zorg zijn niet specifiek voor diabetes type 1 en II. Daarom is gekozen om diabetes type I en II patiënten met name te selecteren op basis van de geneesmiddelen.
Gebruikte zorgstandaarden/richtlijnen of andere informatie over de behandeling
Richtlijn Diabetes Mellitus van de Nederlandse Internisten Vereniging (2014)¹ NHG standaard Diabetes Mellitus type 2²
SGLT-2-remmers bij patiënten met diabetes mellitus (DM) type 1³
Farmaceutische kostengroepen risicoverevening
Bepaling
Add-on geneesmiddelen medisch specialistische zorg
Tot en met 2016 werden de add-on geneesmiddelen gedeclareerd door middel van een declaratiecode. Vanaf 2017 wordt dit gedeclareerd op artikelcode (KNMP-code). Vanaf 2018 zijn daarbij ook indicaties beschikbaar. Dit betekent dat we t/m 2016 gebruik maken van de declaratiecode, in 2017 van de KNMP-code en vanaf 2018 van de indicaties.
Specialisme | Diagnose | Omschrijving |
|---|---|---|
313 | 223 | Diabetes Mellitus chronisch pomptherapie |
316 | 7113 | Diabetes mellitus met chronische pomptherapie |
KNMP-code
KNMP-code | ATC-code | Stofnaam |
|---|---|---|
16231686 | A10AB01 | INSULINE GEWOON |
Indicatie ID | Korte omschrijving |
|---|---|
000001315 | Diabetes Mellitus Type 1 met frequente onverklaarbare hyper- of hypoglykemie bij volwassenen na subcutaan insuline |
Extramurale geneesmiddelen
ATC-code | Omschrijving |
A10A | Insulines en analogen |
NIET | |
A10BA | Biguaniden |
A10BB | Sulfonylureumderivaten |
A10BD | Combinaties van bloedglucoseverlagende middelen |
A10BF | Alfa-glucosidaseremmers |
A10BG | Thiazolidinedionen |
A10BH | Dipeptidylpeptidase-4-remmers |
A10BK02 | Canagliflozine |
A10BK04 | Ertugliflozine |
A10BJ05 | Dulaglutide |
A10BX02 | Repaglinide |
Dieetadvisering
Diagnosecode | Omschrijving |
00000054 | Diabetes type 1 |
Hulpmiddelen
Uit een eerste analyse blijkt dat het toevoegen van de hulpmiddelen leidt tot een grote overschatting van het aantal diabetes type 1 patiënten. Deze worden daarom niet meegenomen.
Complete patiëntengroep?
7,1 per 1000 verzekerden met diabetes type 1 werd met ZPD gegevens geïdentificeerd: 24,4% o.b.v. medisch specialistische zorg, 0,01% o.b.v. add-on geneesmiddelen, 97,3% o.b.v. farmaceutische zorg en 2,1% o.b.v. dieetadvisering. Dit komt redelijk overeen met de prevalentie in de huisartsenregistratie: 6,6 per 1000 Nederlanders. Er zijn echter ook diabetes type II diabeten die alleen insuline gebruiken; deze worden ten onrechte onder de diabetes type I patiënten gerekend.
* De prevalentiecijfers worden per jaar berekend op basis van het voorkomen van bovengenoemde declaratiecodes in het de declaratiebestanden van het desbetreffende jaar. In het geval er declaratieregels voor specifieke verzekeraars, zorginstellingen of groepen verzekerden niet of onvolledig zijn aangeleverd worden deze declaratieregels geëxcludeerd bij het berekenen van de prevalentiecijfers.
Voetnoten
Nederlandse Internisten Vereniging. Richtlijn DM type 1. 2014. NIV: Utrecht; 2014. Richtlijn Diabetes Mellitus type 1 - Richtlijnendatabase
NHG standaard Diabetes Mellitus type 2. Laatste herziening juli 2025. Diabetes mellitus type 2 | NHG-Richtlijnen
Aanbeveling SGLT-2-remmers bij patiënten met diabetes mellitus (DM) type 1; 2021. SGLT-2-remmers bij patiënten met diabetes mellitus (DM) type 1 - Richtlijnendatabase