Ieder kwartaal analyseert en publiceert het Zorginstituut voorlopige cijfers over kostenontwikkelingen in de zorg. We doen dit op basis van declaratiegegevens van verzekerde zorg die we ontvangen via zorgverzekeraars en zorgkantoren. In dit bericht benoemen we de hoofdlijnen en de meest opvallende ontwikkelingen. 

Kosten basisverzekering stijgen met 2,9% naar € 51,3 miljard

In 2022 geven we in Nederland in totaal € 51,3 miljard uit aan zorg die wordt vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering1. Deze kosten vallen onder de Zorgverzekeringswet (Zvw). Feitelijk stijgen de kosten van het basispakket in 2022 met 6,1% vergeleken met 2021. Maar dat percentage geeft een vertekend beeld door een eenmalige verschuiving in GGZ-kosten vanwege een veranderd bekostigingsmodel2. Als we de verschuiving van deze kosten buiten beschouwing laten, krijgen we een reëler beeld van de kostenstijging van het basispakket: 2,9%.

Kosten farmaceutische zorg stijgen naar verwachting met 6%

In de farmaceutische zorg wordt ten opzichte van 2021 een kostenstijging verwacht van 6%. De farmaceutische zorg bestaat uit geneesmiddelen die op doktersrecept zijn af te halen bij de apotheek (extramurale geneesmiddelen). De stijging van 6% is relatief hoog vergeleken met de afgelopen jaren (zie figuur 2). Deze stijging kan mogelijk door twee factoren verklaard worden: een lager geneesmiddelengebruik in 2021 en een hogere gemiddelde vergoeding voor geneesmiddelen in 2022.

  1. In 2021 werden vanwege de coronapandemie en de lockdowns minder geneesmiddelen gebruikt. Vooral in het eerste half jaar van 2021 gingen minder mensen naar de huisarts of het ziekenhuis, waardoor er minder (nieuwe) gebruikers van geneesmiddelen op recept waren. Daarnaast bleven mensen vaker thuis en hielden ze afstand, waardoor ze minder infecties opliepen.
  2. In 2022 is er een hogere gemiddelde vergoeding van geneesmiddelen te zien. Deze gemiddelde vergoeding wordt berekend door de totale vergoeding van geneesmiddelen te delen door het totaal aantal voorgeschreven dosissen geneesmiddelen. De stijging van het gemiddelde komt onder andere door de introductie van relatief dure nieuwe geneesmiddelen in het basispakket. Zo wordt in 2022 onder meer het geneesmiddel Kaftrio voor de eerste keer vergoed uit het basispakket, een middel tegen taaislijmziekte. In het eerste half jaar van 2022 kostte dit middel de samenleving € 49,5 miljoen. De verwachting is dat ook in het tweede half jaar van 2022 een soortgelijk bedrag aan dit geneesmiddel uitgegeven wordt. Andere voorbeelden van nieuwe medicijnen in het basispakket zijn drie migrainemiddelen: Erenumab, Galcanezumab en Fremanezumab. De kosten van deze middelen zijn ongeveer € 6 miljoen per middel in 2022. Daarnaast is voor een aantal geneesmiddelen (o.a. Tafamidis en Liraglutide) de indicatiestelling uitgebreid, waardoor ze voor meerdere patiëntgroepen gebruikt kunnen worden. Ten slotte zijn er ook relatief dure middelen waarvan het aantal gebruikers blijft toenemen, zoals de antistollingsmiddelen Apixaban en Rivaroxaban.
Geneesmiddelen die op recept kunnen worden opgehaald bij de apotheker, noemen we extramurale geneesmiddelen. Deze vallen onder de farmaceutische zorg. Geneesmiddelen die onderdeel zijn van een behandeling in het ziekenhuis, noemen we intramurale geneesmiddelen. Deze zijn onderdeel van de medisch-specialistische zorg en vallen dus niet onder de farmaceutische zorg.

Geboortezorg

Waar veel zorgsectoren duurder worden, dalen de kosten van de kraamzorg met 6%. Dit is opvallend aangezien de tarieven binnen de kraamzorg in 2021 juist sterk zijn gestegen (figuur 3).

De daling van de kosten in de kraamzorg kan door de volgende factoren worden verklaard:

  • In 2022 zijn er minder kinderen geboren dan in eerdere jaren. Het jaar 2021 kende een piek in het aantal geboren kinderen. In 2022 werden echter ook minder kinderen geboren dan in de jaren voor de coronapandemie.
  • Mogelijk zijn er ook personeelstekorten in de kraamzorg, waardoor minder kraamzorg geleverd kan worden dan gewenst. In de komende tijd zal het Zorginstituut deze mogelijke trend nader gaan bekijken.

Kosten langdurige zorg stijgen met 4,8% naar een totaal van € 30 miljard

In 2022 stijgen de kosten in de langdurige zorg met € 1,3 miljard (4,8%) naar een totaal van € 29,6 miljard3. Deze kosten vallen onder de Wet langdurige zorg (Wlz). De stijging komt met name door de jaarlijkse tariefstijging en een toename van 14.050 cliënten ten opzichte van het einde van 2021 (4,1%).

Kosten ouderenzorg thuis stijgen door

Net als in voorgaande jaren zien we met name een stijging bij het Volledig Pakket Thuis (VPT). Het gaat voornamelijk om zorg aan ouderen die thuis of in een geclusterde woonvorm wonen. De kosten voor de ouderenzorg in de vorm van een VPT zijn dit jaar maar liefst 46% hoger dan op hetzelfde moment een jaar geleden. De stijging heeft voor een derde door een tariefstijging van 16,7% en voor twee derde door de stijging van het aantal cliënten met 28,9% (3.376 cliënten) (figuur 5). De tarieven zijn zoveel gestegen omdat de kwaliteitsbudgetten voor de verpleeghuiszorg per 2022 zijn verschoven van een afzonderlijke uitkering aan de zorgaanbieders naar de tarieven. Het kwaliteitsbudget is bestemd voor het realiseren van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg door inzet van extra zorgpersoneel. De stijging van het aantal cliënten heeft verschillende oorzaken. Door de vergrijzing zijn er steeds meer ouderen die langdurige zorg nodig hebben. Ook willen steeds meer mensen thuis oud worden, in hun vertrouwde omgeving. Sommige ouderen moeten ook wel, want er is niet genoeg plek in verpleeghuizen. Om ervoor te zorgen dat ouderenzorg in de toekomst blijft passen bij wat ouderen willen, zetten partijen in de sector in op het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Uitgangspunten van het programma zijn: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan.

GGZ-kosten binnen de langdurige zorg blijven toenemen door instroom uit gemeentelijk domein

De stijging van de GGZ-kosten binnen de Wlz zet gedurende 2022 door. In het derde kwartaal van 2022 is er 12% meer aan GGZ woonzorg betaald ten opzichte van het eerste kwartaal (figuur 6). De stijging van deze kosten is te verklaren door een verschuiving van kosten uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Sinds 2021 is de Wlz direct opengesteld voor volwassenen met een psychische stoornis. De kosten hiervan vielen eerst grotendeels onder de Wmo.

Samen van goede zorg verzekerd

Zorginstituut Nederland is een overheidsorganisatie met als belangrijkste taak het samenstellen van het basispakket van de zorgverzekering. Ons doel is dat iedereen in Nederland, rijk en arm, jong en oud, gezond en ziek, goede zorg kan krijgen. Nu en in de toekomst.

Voetnoten

  1. Deze cijfers kunnen niet een-op-een worden gebruikt voor een vergelijking met de groei in de hoofdlijnenakkoorden voor de MSZ, GGZ, wijkverpleging, huisartsenzorg en multidisciplinaire zorg 2019-2022. De groei die in de HLA is afgesproken, is exclusief de indexatie voor loon- en prijsbijstellingen. De cijfers in deze rapportage zijn inclusief deze indexatie. Daarnaast verschilt v.w.b. de MSZ de scope: zo vallen bijv. in deze rapportage de kosten van trombosediensten en eerstelijnsdiagnostiek door huisartsenlabs in de rubriek MSZ, terwijl deze kosten buiten de scope van het HLA-MSZ vallen.

  2. In de GGZ is in 2022 het Zorgprestatiemodel ingevoerd, waardoor de zorgtrajecten afgesloten moesten worden die in 2021 waren gestart. De kosten voor de GGZ waren daardoor in 2021 eenmalig lager dan in een normaal jaar. De declaraties in deze nieuwe bekostigingsvorm zijn nog niet goed op gang gekomen. Hierdoor is de verwachting voor de GGZ-kosten in 2022 nog redelijk onzeker.

  3. De verwachte zorgkosten in 2022 zijn gebaseerd op de voorspelling van de NZa van juli 2022.

Toelichting en verantwoording

Zorginstituut Nederland is onder andere verantwoordelijk voor het beheer van het Zorgverzekeringsfonds en het Fonds langdurige zorg, waaruit de betalingen aan zorgverzekeraars, zorgkantoren en zorginstellingen worden gedaan. Het Zorginstituut ontvangt declaratiegegevens van verzekerde zorg via zorgverzekeraars en zorgkantoren. Deze  gegevens analyseren we met gebruikmaking van de brede zorginhoudelijke kennis van het gezondheidszorgstelstel binnen het Zorginstituut. Zo leveren we een bijdrage aan het beter zichtbaar maken van kostenontwikkelingen in de zorg. Daarnaast bieden deze analyses aanknopingspunten voor het ontwikkelen en evalueren van beleid.

In dit bericht baseert het Zorginstituut zich op cijfers van zorgverzekeraars (basispakket) en zorgkantoren (langdurige zorg). Zorgverzekeraars en zorgkantoren hanteren verschillende methodieken.

Alle gerapporteerde bedragen zijn voorlopige cijfers en kunnen nog worden bijgesteld. De vermelde bedragen zijn voornamelijk afgerond op miljoenen euro’s en procentuele veranderingen op één decimaal, tenzij meer detaillering in de toelichting noodzakelijk is. Hierdoor kunnen kleine afwijkingen optreden tussen de weergegeven bedragen en de veranderingen.

Eerdere publicaties over de ontwikkeling van de zorgkosten kunt u vinden op Zorgcijfersdatabank.

Dit is een publicatie van:
Zorginstituut Nederland
Postbus 320
1110 AH Diemen

www.zorginstituutnederland.nl

Auteurs:
Jorrit Jan Grolleman
Jessica van Haaften
Carmen Kuijt
Aimée Nieuwenhuijs
Marcel van der Lee
Tessa van Zonneveld

Blijf op de hoogte van alle updates en meld u aan voor de nieuwsbrief van Zorgcijfersdatabank.