Figuur 1. Procentuele veranderingen in de zorgkosten Zvw tussen 2024 en 2025

 

Gebruik programma Gecombineerde Leefstijlinterventie blijft stijgen

Sinds 2019 maakt de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) onderdeel uit van het basispakket. De afgelopen jaren zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest rondom de vergoeding van gewichtsverlagende medicatie (zie hieronder). We hebben aan de hand van declaratiegegevens van zorg- en geneesmiddelgebruik over de jaren 2021-2024 teruggekeken of het effect van deze ontwikkelingen is terug te zien in de cijfers over GLI-gebruik. We hebben 2025 niet in de analyses kunnen betrekken, omdat de declaraties over dit jaar nog niet compleet zijn.

GLI is een programma van twee jaar voor mensen met overgewicht, waarin deelnemers worden geholpen in het ontwikkelen van een gezondere leefstijl. Sinds 2022 kan er medicatie ter ondersteuning worden toegevoegd, wanneer het programma onvoldoende effect heeft. Op dit moment worden de medicijnen Saxenda® en Mysimba® hiervoor vergoed. Voor het gebruik van deze gewichtsverlagende medicatie geldt de voorwaarde dat men minimaal één jaar een GLI moet hebben gevolgd[1], én dat de GLI in deze periode tot onvoldoende resultaat (gedefinieerd als minder dan 5% gewichtsverlies) heeft geleid.

 

Op dit moment gelden de volgende vergoedingsvoorwaarden voor gewichtsverlagende medicatie.

De inmiddels bekendste groep gewichtsverlagende middelen zijn de GLP-1 receptoragonisten, zoals Ozempic®. In Nederland worden de meeste van deze middelen, waaronder Ozempic, alleen vergoed voor mensen met ernstig overgewicht (Body Mass Index (BMI) ≥30) én diabetes mellitus type 2 (DM2), of voor mensen met een zeer zeldzame en ernstige vorm van genetische obesitas. Binnen de GLP-1 receptoragonisten zijn er twee middelen die  op dit moment worden vergoed wordt voor mensen zonder DM2 of een andere specifieke aandoening: Saxenda® en Mysimba®. Voorwaarde voor vergoeding van Saxenda is, naast een GLI-deelname, een extreem verhoogd gewicht-gerelateerd gezondheidsrisico (BMI ≥35 met comorbiditeit (hart- en vaatziekte, slaapapneu en/of artrose) óf een BMI ≥40). Mysimba wordt vergoed na onsuccesvolle deelname aan een GLI, een BMI ≥30, óf een BMI 27 tot 30 met (risicofactoren voor) hart- en vaatziekte, diabetes type 2, slaapapneu en/of artrose).

Vanaf 2021 zien we een duidelijke toename in zowel de deelname aan GLI-programma’s als het gebruik van bovengenoemde medicijnen (figuur 2). Het aantal deelnemers aan GLI-programma’s nam toe van 37.268 in 2021, naar 106.725 in 2024, het aantal gebruikers van gewichtsverlagende middelen in dezelfde periode van 8.328 naar 27.092. Omdat Saxenda en Mysimba voor mensen zonder DM2 pas vanaf medio 2022 vanuit het basispakket vergoed worden, en er bovendien minimaal een jaar GLI aan vooraf gegaan moet zijn (behalve voor de mensen die medio 2022 zijn gestart1), loopt het gebruik van de gewichtsverlagende middelen achter op het GLI-gebruik. Omdat wij niet kunnen zien voor welke indicatie een medicijn wordt verstrekt, bevatten deze cijfers ook mensen met DM2; zo was er al vóór 2022 vergoeding van liraglutide (de werkzame stof van Saxenda), maar dan alleen voor mensen met DM2 en onder de merknaam Victoza®. Dit verklaart ook waarom er in 2021 al ruim 8 duizend gebruikers waren.

De totale kosten van GLI programma’s zijn in de periode 2021-2024 gestegen van 11,9 mln. naar 51,2 mln. en de kosten van gewichtsverlagende middelen van 9,3 mln. naar 31,8 mln.

Figuur 2. Aantal gebruikers GLI en gewichtsverlagende middelen 2021-2024

Veel meer vrouwen dan mannen hebben in de periode 2021-2024 een GLI gevolgd (figuur 3). Dit is opvallend. Hoewel vrouwen iets vaker ernstig overgewicht hebben dan mannen (17% versus 15%, bron: CBS), zijn vrouwen in sommige categorieën tot wel drie keer oververtegenwoordigd. En van de vrouwen die in deze periode een GLI hebben gevolgd, maakt in vergelijking met mannen een groter aandeel gebruik van medicamenteuze ondersteuning (figuur 4). In totaal zien we dat ongeveer één van de zes mensen (18%) die in de periode 2021-2024 een GLI hebben gevolgd, op enig moment Saxenda of Mysimba gebruikten.

Figuur 3. Aantal gebruikers GLI 2021-2024 per leeftijd en geslacht

Figuur 4. Aandeel gebruikers per geslacht van gewichtsverlagende middelen bij GLI 2021-2024

De kosten voor GRZ, ELV en GZSP nemen met 12,3% toe

In 2025 zien we een toename van in totaal 12,3% van de kosten voor Geriatrische Revalidatiezorg, Eerstelijnsverblijf en Geneeskundige Zorg voor Specifieke Patiëntgroepen (GRZ, ELV en GZSP). Deze stijging zien we vooral terug in ELV (38,8%) en heeft diverse mogelijke oorzaken.

  • Het is voor ouderen sinds 2025 makkelijker geworden om thuis revalidatiezorg te ontvangen. Het is bijvoorbeeld niet langer noodzakelijk om eerst in een instelling opgenomen te zijn geweest en de zorg is niet meer beperkt tot maximaal een half jaar.
  • Na kostenonderzoek van de NZa zijn de tarieven voor ELV verhoogd en is er meer ruimte gekomen voor verpleging en verzorging binnen palliatief terminale zorg.
  • Ingaande 2025 is trajectzorg voor thuiswonende kwetsbare patiënten met een complexe zorgvraag mogelijk geworden. Met deze aanvulling op de bestaande zorg die een specialist ouderengeneeskunde vanuit de basisverzekering biedt, kan de zorg voor deze patiënten beter worden georganiseerd.

Figuur 5. Geraamde kosten GRZ, ELV en GZSP 2022-2025 (in miljoenen euro’s)

Sterke stijging Verloskundige zorg

Bij de verloskundige zorg zien we dat de geraamde kosten stijgen met 9,1% ten opzichte van 2024. Dit komt waarschijnlijk door de verhoging van de tarieven. We kunnen nu nog niet exact zeggen wat de wisselwerking tussen de verschillende tarieven en het volume is. Dat kan pas na afloop van 2025, als alle declaraties zijn ontvangen. Maar als we een vergelijking maken over het eerste halfjaar van 2025 met dat van 2024, zien we dat de totale kosten met 3,5% stijgen, terwijl het aantal gebruikers afneemt met 13,6%. De kostenstijging lijkt dus inderdaad te komen door de tariefstijging.

Lichte daling Verpleging en Verzorging door technische aanpassing

Ten opzichte van 2024 zien we in 2025 een daling van 2,0% in de kosten van Verpleging en Verzorging (wijkverpleging). Een verklaring voor deze daling ligt (deels) in de tijdelijke experimentele financiering van cliëntprofielen in 2024, waardoor de kosten in 2024 eenmalig hoger uitvielen. Deze vorm van financiering is in 2024 ook weer gestopt, naar aanleiding van een Kamermotie. Als we de kosten over 2025 vergelijken met 2023, zien we dat deze ongeveer gelijk blijven.

Langdurige zorg

In de langdurige zorg hebben geen beleidswijzigingen plaatsgevonden. Voor alle sectoren is een stijging in de kosten te zien, namelijk ouderenzorg 6,6%, gehandicaptenzorg 8,4% en GGZ 8,5%. Voor het grootste deel wordt deze stijging veroorzaakt door de hoge inflatie. Loon- en prijsstijgingen werken door in de tarieven en daardoor in de totale kosten. Daarnaast heeft de NZa ook op grond van kostenonderzoek per 2025 haar maximumtarieven voor de gehandicaptenzorg verhoogd. We zien verder (figuur 6) dat het aandeel volledig pakket thuis verder groeit en dat het aandeel verblijf afneemt. Deze ontwikkeling is in lijn met het programma 'Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen' (WOZO). Dit programma zet in op: zo lang mogelijk zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Het aantal verpleeghuisplaatsen met verblijf wordt niet verder uitgebreid. De beschikbare verpleeghuisplaatsen moeten beschikbaar blijven voor de meest kwetsbare ouderen met complexe zorgvragen. Het aandeel modulair pakket thuis blijft de afgelopen drie jaar ongeveer gelijk. 

Figuur 6. Procentuele verdeling verblijf, volledig pakket en modulair pakket 2021-2025 (excl. PGB)

Voetnoten

[1] Saxenda (vanaf 1 april 2022) en Mysimba (vanaf 1 augustus 2022) werden in eerste instantie vergoed op voorwaarde dat er minimaal tegelijkertijd gestart werd met een GLI. Eind 2022 is deze voorwaarde aangepast naar de huidige vorm.